Hogeschool Gent
Koninklijke Academie voor Schone Kunsten
Jozef Kluyskensstraat 2
BE-9000 Gent T 32(9) 267 01 00
In het atelier schilderen staat het individuele schilderkunstige traject van de student centraal. De opdrachten die er gegeven worden hebben tot doel om de student de vaardigheden aan te leren en de inzichten te doen verwerven die hem later zullen toelaten zelfstandig verder te evolueren.
Onderzoek, studie, reflectie en dialoog staan allen in functie van het artistiek bewustwordingsproces.
Bijgestaan door een uitgebreid team van docenten leert de student doorheen zijn studiejaren stilstaan bij de verschillende lagen van het werk en de verschillende etappes van haar ontstaansproces. Hij zal er een aantal technieken en methodes aangeboden krijgen en deze leren inzetten in functie van een doordachte artistieke ontwikkeling en een eigen beeldtaal.
Waar er begonnen wordt met de waarneming zal de nadruk snel overgaan naar de inhoud van het werk. Thematische opdrachten zetten de student aan zich te documenteren en zich te informeren naar de zoektocht van zijn voorgangers. Naarmate er een grotere zelfstandigheid verwacht wordt en elke student zijn eigen denkpiste zal volgen zal de diversiteit binnen het atelier ook duidelijker worden. Tijdens de vele groepsgesprekken verscherpen de studenten hun visie en leren ze een kritische afstand te nemen t.a.v. hun werk en hun medium. Tijdens de toonmomenten en confrontaties met professionele kunstenaars vergroten ze hun voeling vergroten met de kunstwereld.
Uiteindelijk zal de student zijn eigen artistieke leefwereld opbouwen en zijn eigen beeldtaal ontwikkelen om zo te komen tot schilderkundig interessante beelden, die het gevolg zijn van een genuanceerde problematisering van het medium, haar wetmatigheden en geschiedenis, betrokken op een specifieke, persoonlijk geformuleerde inhoud en vorm. Zijn artistieke bagage en intellectuele weerbaarheid zullen hem stimuleren om zijn eigen weg te gaan binnen de context van de hedendaagse schilderkunst.
Of het nu gaat om een schilderij, een tekening of een andere grafische discipline, steeds wordt er gestreefd naar het ontwikkelen van de eigen benadering van een onderwerp door de student, zowel in het ontwikkelen van een idee, een structuur, een concept, als van een beeldtaal die eigen is aan de specifieke inhoud van het project waarvoor men zich engageert.
Bij de oudstudenten van de afstudeerrichting schilderkunst vind je kunstenaars als Roger Raveel, Thierry De Cordier, Philippe Vandenberg, Marc Maet, Robert Devriendt, Jan Van Oost, Wim Delvoye, Jan Van Imschoot, Jean-Marie Bijtebier, Ronny Delrue, Steve Schepens, Tim Volckaert, Steven Baele,...
Docenten Paul Casaer, Ingrid Castelein, Raphaël Dua, Vincent Geyskens, Carlo Mistiaen en Thé van Bergen zijn professionele kunstenaars en vormen samen een gemotiveerd team. Zij staan in voor de artistieke dynamiek en een open benadering van het medium schilderen, die het atelier schilderen kenmerken als een opmerkelijke, interessante plaats van studie en onderzoek.
In de BACHELOROPLEIDING (3 jaar) worden vaardigheden aangeleerd.
In het eerste jaar hebben deze voornamelijk betrekking op de waarneming. Deze problematiek is zo veelzijdig dat ze de student, onder meer, de kans bieden kennis te maken met de basisbeginselen van de schilderkunst. Hij moet vooreerst zijn thema uitkiezen. Daarna komen beetje bij beetje de meer specifieke problemen aan bod; kleur, compositie, licht, materie, drager, schaal,…
In tweede jaar van de Bachelor blijft de nadruk deels op de waarneming liggen, maar wordt er ook gewerkt rond een door de docenten voorgelegd thema. Naar aanleiding van het voorgelegde thema worden doorheen het academiejaar tentoonstellingen bezocht, films en documentaires bekeken en literatuur aangeraden. Het thema houdt een picturale, plastische en ook een inhoudelijke vraagstelling in. Het opzet is dat de student a.d.h. van het thema tot een individuele gedachteontwikkeling komt en deze meer en meer in een persoonlijke beeldtaal weet te formuleren. De student onderhoudt een documentatiemap-schetsboek waarin deze ontwikkelingen hun neerslag vinden. Binnen dit thematische en picturale onderzoek worden de studenten technisch, inhoudelijk en vormelijk begeleidt en geëvalueerd door hun docenten en door hun medestudenten.
Tijdens het derde jaar van de Bachelor wordt van de student een grote zelfstandigheid verwacht. Er wordt nu geen thema of vraagstelling meer voorgelegd. De student wordt individueel begeleid in het leren uittekenen van een eigen onderzoekspiste en een persoonlijke beeldtaal. De student werkt met de hulp van de in eerste en tweede jaar verworven kennis en inzichten zelfstandig verder aan wat hij beslist te problematiseren, te thematiseren en te onderzoeken. Zowel in het ateliers (in functie van evaluatie) als daarbuiten (als publieke tentoonstelling) wordt nu ook meer nadruk gelegd op het leren presenteren van het werk.
In de MASTEROPLEIDING (1 jaar) wordt de aanzet verwacht tot een persoonlijk oeuvre. Aan de hand van hun mastervoorstel kiezen studenten de mentoren uit waarmee ze de grootste affiniteit hebben. Ze kiezen hun seminaries uit die hun persoonlijk onderzoek kunnen uitbreiden en de ontplooiing van hun loopbaan structuur kunnen geven.
In deze fase van hun opleiding wordt er van de studenten een zekere artistieke maturiteit verwacht en een ambitie om een eigen artistiek territorium af te bakenen.
Het onderzoek dat daarbij gevoerd wordt is niet enkel onderzoek binnen de schilderkunstige traditie zélf. Het is ook een zichzelf leren kennen en zijn eigen grenzen onderzoeken. En het is via theoretische reflectie het eigen project situeren en kaderen binnen bredere kaders van de maatschappelijke realiteit, wetenschap, (kunst)geschiedenis, literatuurgeschiedenis, filosofie… Daarom zijn algemene intellectuele ontwikkeling én persoonlijkheidsontwikkeling een essentieel onderdeel van de opleiding.