School of Arts
KASK en Koninklijk Conservatorium vormen samen de School of Arts van Hogeschool Gent
T 32 (0)9 267 01 00
Aan welke criteria moeten de nieuwste media voldoen.
Promotor UGent: Hans Vandevoorde
Promotor KASK: Marc Popelier
Er is een eeuwenoude traditie op het vlak van boekdrukkunst en leescultuur. Die traditie wordt volgens sommigen sterk bedreigd door nieuwe technologieën. De vraag is aan welke criteria die nieuwste media moeten voldoen om ons hetzelfde comfort en kennis te verschaffen.
In het grafische landschap van de eenentwintigste eeuw is er een overvloed aan lettertypes. Daardoor is er ook een grote willekeur en een gebrek aan professionaliteit. Iedereen waant zich dankzij nieuwe technologieën een soort huis-tuin-en-keuken-typograaf. De synthese tussen vorm en inhoud van een tekst verwatert. Visualiteit gaat primeren boven leesbaarheid. De leesbaarheid van teksten kan zelfs in het gedrang komen. Ze worden onleesbaar zowel op een vormelijk als inhoudelijk niveau.
Op het niveau van de vorm kunnen we ons afvragen of lettertypes wel bewust, doordacht en efficiënt gebruikt worden. Er is bijvoorbeeld de ‘verwarring’ tussen schreef- en schreeflozen: welke categorie moet in welke context gebruikt worden? Schreeflozen kennen een ware hausse (in tijdschriften en websites) en worden meer en meer gebruikt voor broodtekst. Is dit terecht en verantwoord, of is het alleen maar mode?
In ieder geval zijn er heel wat ‘humane’ schreeflozen op de markt die borg staan voor een groter leescomfort. Het onderscheid tussen ‘legibility’ en ‘readibilty’ lijkt tevens wat te vervagen door de – stijgende – lectuur op het scherm.
Corpsen schijnen alsmaar kleiner te worden, zodat het optisch of visueel comfort een duik naar beneden maakt (wat vooral voor websites problematisch wordt). Zetwijzen en bladspiegels ogen vaak chaotisch zodat de modale lezer ontmoedigd wordt.
Naast die ‘letterlijke’ onleesbaarheid kan de ‘technose’, d.i. de bedwelming door de nieuwe technologieën, ook voeren tot een onleesbaarheid van de inhoud van teksten. Leidt het geëxperimenteer met lettertypes en corpsen immers niet tot een minder grote zorgvuldigheid bij het opstellen van teksten? Hebben ze nog genoeg diepgang en betekenis? Is er nog aandacht voor ‘geletterdheid’? Nieuwe vormen van schriftuur (cfr. de inkrimping van taal en tekst) vergen een aangepaste vormgeving.
Vanuit de traditie van het boek en de typografie (de erfenis van Gutenberg) wordt geprobeerd een antwoord te vinden op de vraag aan welke criteria de hedendaagse typografie zou moeten voldoen om een volwaardige synthese te bewerkstelligen tussen vorm en inhoud, beeld en tekst. Of draait alles toch uit op een ‘iconic turn’, waarin de tekst volledig verdrukt en platgedrukt wordt door de beeldcultuur?
Met dit project wordt de (vormelijke en inhoudelijke) leesbaarheid van de nieuwe media onderzocht (film&tv, video, websites, e-books, displays en gsm’s). Dit zal getoetst worden aan de praktijk van de analoge media (tijdschriften, kranten, het literaire boek, kinderboeken en het kunstenaarsboek).
Bovendien zullen er voorstellen geformuleerd worden om tot een betere en artistiek verantwoorde leesbaarheid te komen. We willen van de technologie een deugd maken. Hoe kunnen we esthetisch verantwoorde cultuurproducten maken door het koppelen van traditie en moderniteit, analoog en digitaal, letter en beeld, inhoud en vorm?
Danny Dobbelaere